Festival Tweetakt 2020
27 maart t/m 14 juni

Welke vibe heb je?

Tekst: Marijn van der Jagt

‘Kan jij eigenlijk wel dansen?’ vroeg een interviewer aan acteur Rami Malek toen bekend werd dat hij Freddy Mercury zou gaan spelen in de film Bohemian Rhapsody. Het antwoord was: nee. ‘Maar Freddy Mercury kon óók niet dansen’ voegde de acteur er aan toe. De zanger van Queen was namelijk ooit gevraagd voor de hoofdrol in een voorstelling van het Londense Royal Ballet. Bij de repetities van het ballet bleek dat hij niks bakte van de danspassen die ze voor hem bedachten. De soepele, energieke bewegingen waarmee de rockzanger een heel stadion kon opzwepen, was pure Freddy-style. Zelfbedachte bewegingen van iemand die nooit dansles had gehad. Daar konden ze niet zo veel mee bij het balletgezelschap. De oplossing was dat Mercury de halve voorstelling al zingend door de balletdansers werd rondgedragen.

Jumpstyle-fanaten, straatdansers en boksers

Zo beperkt wordt tegenwoordig niet meer omgegaan met het onderscheid tussen ‘échte’ dansers en amateurs. Veel choreografen van nu laten zich juist inspireren door ongeschoolde fanatiekelingen die hun eigen bewegingsstijl hebben ontwikkeld. Op Tweetakt komen dit jaar drie spectaculaire voorstellingen waarin amateurs de ‘skills’ tonen die ze op straat hebben geleerd of op party’s, in clubs of in de sportschool om de hoek. Voor TO DA BONE van het Franse gezelschap (LA)HORDE werden twaalf jumpstyle-fanaten uit Frankrijk, Duitsland, Oost-Europa en Canada geselecteerd uit de filmpjes die zij van zichzelf op internet plaatsten. CRIA (14+) van de Braziliaanse groep Suave wordt uitgevoerd door tien jongeren uit de favela’s (arme wijken) van Rio de Janeiro die uitblinken in de plaatselijke straatdans, een mengeling van stoere hiphop en sexy samba. En in (B) van het Vlaamse Siamese Cie worden de bewegingen aangevoerd door twee dribbelende en ritmisch stotende amateurboksers.  

In deze voorstellingen kunnen de amateurs schitteren in waar zij waanzinnig goed in zijn. En is er ruimte voor de hoogstpersoonlijke stijl van elke beoefenaar. CRIA begint ermee dat de straatdansers alleen of in tweetallen het podium oversteken met hun eigen variaties op de basisbewegingen: wijde stamppassen, elastische heupen en hoog uitzwaaiende armen. Het publiek wil joelen en applaudisseren voor de indrukwekkende tricks en moves. Maar de dans gaat dóór want de dansers nemen het ritme en de flow van elkaar over. Een slimme zet van choreografe Alice Ripoll; zo maakt ze een doorgaande, meeslepende dans van de kunstjes waarmee op straat wordt gebattled.

Je hoort het piepen van hun gympen

In TO DA BONE vertonen de jumpstylers om de beurt hun kortdurende kunsten aan elkaar, ze laten op hun smartphones ook filmpjes ervan aan elkaar zien die groot worden geprojecteerd. Maar de hele groep – elf jonge mannen en één meisje – doet ook precies tegelijk een choreografie van razendsnelle passen en jumps, strak opgesteld in een V-formatie of in een kring met de armen over elkaars schouders. Bij (B) wordt het boksen een choreografie als er gelijktijdig op het ritme van muziek tegen bokszakken wordt gemept. Aan deze voorstelling doen ook zeven geschoolde dansers mee, die de bewegingen van de twee boksers overnemen en vermengen met moderne dans.

De jumpstylers in TO DA BONE dansen eerst zonder muziek, zodat hun voeten het ritme maken en je het piepen van hun gympen hoort. Later staan ze juist stil, vlak voor het publiek, terwijl de hak-beat doordreunt, en tonen ze alleen de attitude die bij hun ‘aussies’-outfit en hun dansstijl hoort: strakke koppen en de vechthouding van een strijder. (B) begint met een bokser die zijn handen omwikkelt met de windsels die hij onder zijn bokshandschoenen draagt, en door de rust en concentratie waarmee hij dat doet, zie je hoe mooi de bewegingen zijn van deze voorbereidingen. Het schijnboksen waarmee de boksers zichzelf opladen voor een wedstrijdje wordt een dans als je alleen dat ziet. En het wordt grappig als een meisje zich zo oppompt dat ze het niet meer houdt en uitbarst in een schreeuwpartij.

Dan zijn ze ineens kwetsbaar

De voorstellingen laten ook een andere kant zien van de stoere, uitdagende dansers. In CRIA zie je de jongeren eerst veraf, non-stop uitputtend dansend in een gloed van warm licht, alsof ze in Brazilië zijn. Daarna komen ze dichterbij en leer je de jongeren ook kennen als ze niet dansen, pratend met elkaar of tegen het publiek. De agressieve boksers in (B) zijn ineens kwetsbaar als ze met zachte handen het lijf van een tegenstander opvangen, elkaar optillen of stil omhelzen. De jumpstylers relaxen op het toneel en vertellen – allemaal in hun eigen taal – aan het publiek wat ze in het dagelijks leven voor beroepen hebben. En wat het dansen voor hen betekent.

Doordat je de amateurs ook zo rustig meemaakt, zie je nog beter wat gebeurt als ze zich weer op hun passie storten. Het is een manier om zichzelf te uiten. Alle moeilijkheden van het leven verdwijnen. Lichaam en geest worden één. En het publiek wordt meegenomen in hun overgave, energie en levenslust. ‘Het is niet mogelijk om fouten te maken’, zegt choreografe Alice Ripoll over de manier waarop haar dansers zich uitleven. ‘Wat er echt toe doet is de manier waarop je danst: welke vibe heb je, gaat je hart tekeer, hoe beweeg je?’ 

CRIA – Alice Ripoll / Suave: donderdag 4 april om 20:30 uur en vrijdag 5 april om 21:00 uur in Theater Kikker.

TO DA BONE – (LA)HORDE: zondag 7 april om 20:30 uur in de Stadsschouwburg Utrecht.

(B) – Siamese Cie / Koen Augustijnen & Rosalba Torres Guerrero: zondag 14 april om 20:00 uur in de Stadsschouwburg Utrecht.